Vanochtend vroeg wakker. Als ik mijn ogen open zie ik het rolletje druivensuiker, slordig geopend op mijn nachtkastje. Oh ja, vannacht wakker geworden door piepjes van mijn pomp ‘Lage waarde – basaal gestopt’ gaf het scherm aan. Met een duf hoofd sta ik op – waarde: 6.8 – jippie! Beneden maak ik mijn koolhydraat-arme ontbijt. Ik hoef dus maar weinig insuline toe te dienen en volgens sommige experts helpt dit om je lichaam in de vet-verbranding te zetten – wauw, als dat toch eens zou lukken… Terwijl ik met aandacht mijn hüttenkäse nuttig, eigenhandig gemengd met kruiden, pompoenpitten en lijnzaad, raak ik in een mooi gesprek met mijn dochters. Bijzonder toch, die pubers; wat ze allemaal meemaken en hoe ze daarop reflecteren met zo heel af en toe ook nog de vraag wat ik ervan vind.

En als ik dan na een tijdje van tafel opsta om deze blog te gaan schrijven zie ik dat mijn waarde gestegen is naar 11.5, met nog een alarmerende omhoog wijzende pijl ernaast. Wat ik dan voel is een overdonderende lawine: schrik, zware teleurstelling (want ik had het toch zo goed gedaan: gemeten, koolhydraten berekend en de passende dosis insuline toegediend), boosheid en moedeloosheid (het heeft ook allemaal helemaal geen zin wat ik doe). Ik schiet in de actie en ga met een boze kop wandelen – snelwandelen dan wel – en de hond moet er ook aan geloven.

En dan ineens merk ik op wat ik aan het doen ben – ik, de mindfulnesstrainer die zó in haar reactie schiet. Is dit, wat ik nu doe, ondersteunend en helpend? Want dat is toch wat ik geleerd heb en ook in mijn trainingen overbreng? Leren opmerken in welke automatische patronen je vervalt – echt bewust worden van de ‘driehoek van gewaar-zijn’ zoals dat zo mooi heet: wat voel je in je lichaam, welke gedachtes zijn er (en vaak zijn dat niet de meest opbeurende) en hoe is je stemming? En daardoor merken dat je er niet meer zo door overspoeld wordt, maar er met wat afstand naar kunt kijken en dan betere keuzes kunt maken voor gedrag dat meer ondersteunend en helpend is.

Nog steeds aan de wandel met hond vertraag ik mijn tempo wat, zie ik ineens waar ik loop en hoe mooi de zon op de herfstbladeren schijnt, hoe mijn hond ondanks alles met een zwiepende staart mij trouw en moedig vergezelt. Ik voel verzachting in mijn lijf, ontroering dat dit gebeurt. En dan is daar ook die innerlijke stem die nu een andere taal spreekt: Je doet zo je best en dat doe je hartstikke goed. Het is nu eenmaal zo dat je geen volledige controle hebt, maar wel met veerkracht kunt omgaan met alle ups en downs die horen bij het hebben van diabetes. En dat doe je nu! En dan voel ik dankbaarheid dat mindfulness mij deze ruimte geeft en ook trots…op mezelf…en op de hond.

Leontine Lenferink

Pin It on Pinterest

Share This